Verontrustend veel grensoverschrijdend gedrag tussen broers en zussen

Door Katja Verheyen op 11 mei 2021

Grensoverschrijdend gedrag tussen broers en zussen of kortweg siblinggeweld is de meest voorkomende vorm van huiselijk geweld. Het heeft ernstige gevolgen op het mentaal welzijn van zowel slachtoffers als plegers. Toch krijgt dit onderwerp wetenschappelijk weinig aandacht en is er in België tot nu toe weinig  tot geen onderzoek naar gevoerd. Dit maakt dat siblinggeweld vaak niet herkend wordt en dat de kennis en inzichten over het fenomeen beperkt zijn. Wat wel blijkt uit de beschikbare cijfers is het verontrustende feit dat dat seksueel misbruik binnen het gezin door een minderjarige de meest aanwezige vorm van siblinggeweld is. Extra beleidsaandacht dringt zich dan ook op. Dat concludeert Vlaams volksvertegenwoordiger Katja Verheyen (N-VA) op basis van de gegevens van de Vlaamse Vertrouwenscentra Kindermishandeling die ze bij Vlaams minister Wouter Beke bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding opvroeg.

Mentaal of fysiek geweld door broers of zussen of kortweg siblinggeweld is een bijzondere vorm van huiselijk geweld. “Er is bovendien zowel internationaal als in Vlaanderen enig wetenschappelijk bewijs dat siblinggeweld vaker voorkomt dan we op het eerste zicht  zouden verwachten.” zegt Verheyen. Het is zelfs zo dat het de meest voorkomende vorm van huiselijk geweld is, wordt er weinig over gepraat.  Een gegeven dat minister Beke ook erkent. Dat maakt dat siblinggeweld vaak niet herkend wordt en dat de kennis en inzichten over het fenomeen vaak beperkt zijn.

“Bovendien toont onderzoek aan dat aan dat deze situaties een negatieve impact kunnen hebben op de kinderen en jongeren, dat er drempels zijn in het vinden van hulp en dat het voor hulpverlening vaak een uitdaging is om goed om te gaan met deze problemen.” aldus Verheyen.  

De Vertrouwenscentra Kindermishandeling - waar iedereen die weet heeft of een vermoeden heeft dat een kind mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt wordt dit kan melden – registreert systematisch de gemelde problematiek. Zo ook grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen, al dan niet binnen het gezin. “In 2019 betrof dit 5,7 procent van het totaal aantal meldingen. Seksueel misbruik binnen het gezin door een minderjarige bleek daarbij met 1,7 procent van het totaal aantal meldingen de belangrijkste gemelde problematiek. Dat is toch een verontrustend cijfer.”

Ook andere instanties maken gewag van het fenomeen van siblinggeweld. Zo registreerde de hulplijn 1712 dat in 2020 dat in 2 procent van de contactnames een hulpvraag gesteld werd over geweld tussen minderjarigen (al dan niet binnen het gezin). Bij het CAW kwam geweld tussen minderjarigen in 2020 bij 17 procent van de cliënten aan bod tijdens de hulpverlening. “Het bevestigt het beeld dat de weg naar laagdrempelige hulpverlening nogal stroef verloopt.” aldus Verheyen.

“Ik ben dan ook tevreden dat de minister in zijn antwoord op mijn vraag aankondigt dat hij deze problematiek ernstig neemt en verdere stappen gaat ondernemen om het probleem in bestaande als nieuwe mechanismen te integreren. Hij zal bovendien een bondgenoot in mij vinden om het op te richten Vlaams Platform Kindermishandeling daar een prominente rol in te geven.” besluit Verheyen. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is