‘LIMBURG MAG NIET GESTRAFT WORDEN VOOR GOED BEHEER’

Door Katja Verheyen op 5 februari 2020

BRUSSEL – De besparingen bij de Centra Algemeen Welzijn (CAW) waren vandaag voer voor debat in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. Dit naar aanleiding van de generieke efficiëntie-oefening die opgelegd is door Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). Vlaams Parlementslid Katja Verheyen (N-VA) hamerde er bij de minister op om de besparingen op een eerlijke en evenwichtige manier - over de 11 verschillende centra die de CAW Groep telt - te verdelen. Ze benadrukte daarbij ook dat het niet de bedoeling mag zijn dat er in de hulpverlening op het terrein gesnoeid wordt.

Afgelopen december kregen de verschillende CAW’s te horen dat ook zij hun bijdrage moesten leveren in de voorziene besparing om de Vlaamse begroting structureel op orde te houden. Bij de initiële begrotingsopmaak werd deze besparing geraamd op 6,9 miljoen euro. Even later ging daar ruim 1,8 miljoen euro van af. Hierdoor kwam het te besparen bedrag op iets meer dan 5 miljoen euro uit. De CAW’s ontvangen jaarlijks van de Vlaamse overheid – naast lokale werkingsmiddelen – net geen 100 miljoen euro.

Twee weken geleden kwamen de verschillende directies van de 11 CAW’s en de CAW Groep samen om de besparing concreet uit te werken. Uit gelekte interne mails blijkt dat de CAW’s geen andere mogelijkheid zien dan om te besparen op de hulpverlening op het terrein. Minister Beke spreekt dat tot op de dag van vandaag tegen. Hij stelt namelijk dat de besparing gerealiseerd kan worden door te snoeien in overheadkosten. Kosten die slaan op ondersteunende functies – zoals management, administratieve als logistieke functies – die geen rechtstreekse hulpverlening inhouden.

Eind december vroeg Vlaams Parlementslid Katja Verheyen (N-VA) de cijfers bij de bevoegde minister op. Het aandeel overheadkosten nam voor de voltallige CAW Groep toe. Een tendens die minister Beke in zijn antwoord op de vraag van Katja Verheyen ook erkent.

Toch is het belangrijk om enkele grote verschillen te duiden. Zo piekte de overhead in 2019 met 22,8 procent bij het CAW in Antwerpen. Uit de cijfers blijkt dat het CAW Limburg het beter doet. Naast het feit, dat CAW Limburg na Oost-Vlaanderen de grootste oppervlakte beslaat, slaagt het er ook goed in om haar overhead van 14 procent te beheersen. Samen met 4 andere CAW’s is deze overhead zelfs nog licht afgenomen ten opzichte van het vorige jaar. Dit in tegenstelling tot de algemeen waargenomen trend.

‘Nu dat de minister en de CAW’s twee verschillende besparingspistes op tafel leggen en we nog geen uitsluitsel hebben, kan ik alleen maar concluderen dat we onze ogen in Limburg goed moeten open houden.‘ aldus Verheyen.

Vlaams Parlementslid Katja Verheyen (N-VA) besluit: ‘Zonder direct te spreken van goede en slechte leerlingen, kan het alleszins niet de bedoeling zijn dat de CAW’s die hun overheadkosten wel in de hand hebben – om Limburg niet bij naam te noemen - op het werkveld het gelag moeten betalen.’

Centrum Algemeen Welzijnswerk Aandeel overhead 2018 Aandeel overhead 2019
CAW Antwerpen 21,0% 22,8%
CAW Boom-Mechelen-Lier 9,4% 13,1%
CAW De Kempen 12,2% 12,0%
CAW Brussel 11,2% 11,0%
CAW Oost-Vlaanderen 18,5% 20,5%
CAW Halle-Vilvoorde 19,4% 19,1%
CAW Oost-Brabant 18,9% 19,8%
CAW Centraal-West-Vlaanderen 17,8% 19,5%
CAW Noord-West-Vlaanderen 17,6% 18,8%
CAW Zuid-West-Limburg 18,9% 18,6%
CAW Limburg 14,4% 14,0%
TOTALE SECTOR 17,3% 18,3%

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is